“Ik ga verder naar het oosten, over de weg van de staatsman en dan de singel van de voetballer en trainer. Die rijd ik helemaal af.”
Even later.
“In de bocht bij het water heb ik een deel van de bagage achtergelaten. Hier ligt ook een puzzelboekje bij het begin van het fietspad.”
“Ik zou maar opschieten. Je kunt zo’n groot dorp beter snel verlaten.”
“Ja, dat klopt, alleen de Romeinen hebben hier geen brug neergelegd. Ik moet dus eerst naar het noorden en dan weer terug.”
